ECLI:NL:RVS:2022:663
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake termijn nieuw besluit op bezwaar omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Breda weigerde op 1 maart 2016 een omgevingsvergunning voor de sloop en bouw van bouwwerken, waaronder het verbouwen van een tuinhuis, op grond van de Wet Bibob. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het bezwaar van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van 14 mei 2019, waarbij het college het bezwaar ongegrond had verklaard. De rechtbank beval het college binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de termijn voor het nemen van het nieuwe besluit te verlengen tot achttien weken, gezien de noodzaak van een nieuw advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB). De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gegrond was, mede omdat het college direct na de uitspraak van de rechtbank een nieuw advies had gevraagd en er nieuwe feiten en omstandigheden waren.
De voorzieningenrechter bepaalde dat het college binnen achttien weken na 21 december 2021 het nieuwe besluit op bezwaar moet nemen, met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank. Het college hoeft geen proceskosten te betalen. Deze voorlopige voorziening is niet bindend voor de bodemprocedure.
Uitkomst: Het college moet binnen achttien weken na 21 december 2021 een nieuw besluit op bezwaar nemen met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank.