ECLI:NL:RVS:2022:676
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico terugkeer Iran
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 mei 2021 de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juni 2021 de beroepen ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had verricht naar het risico op vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Iran, ondanks dat de afvalligheid van de vreemdelingen geloofwaardig was geacht. Dit oordeel bouwt voort op een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:93) waarin werd benadrukt dat dit risico zorgvuldig moet worden beoordeeld.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en de afwijzingsbesluiten vernietigd. De staatssecretaris moet de aanvragen opnieuw beoordelen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00 aan de vreemdelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en besluiten zijn vernietigd, en de staatssecretaris moet de aanvragen opnieuw beoordelen.