ECLI:NL:RVS:2022:7
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 14 oktober 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en dat eerdere uitspraken over vergelijkbare situaties (met name de situatie in Italië voor Dublinclaimanten) van toepassing zijn.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer Baldinger, met griffier Verbeek.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.