ECLI:NL:RVS:2022:716
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang en verstrekkingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 juni 2021 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 februari 2022 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en heeft daarom een voorlopige voorziening getroffen. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en volgt eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak is gedaan op 8 maart 2022 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.