ECLI:NL:RVS:2022:721
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling
Bij besluit van 15 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 25 februari 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De Raad van State verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare rechtsvraag reeds is beantwoord.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer en uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.