ECLI:NL:RVS:2022:726
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroepsprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 1 juli 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep op 25 januari 2022 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mocht worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat zij recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 10 maart 2022, waarbij de griffier M.W. Schippers aanwezig was. De voorlopige voorziening voorkomt uitzetting totdat het hoger beroep is afgerond.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.