ECLI:NL:RVS:2022:743
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 februari 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist, gegrond is. Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00, welke volledig toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 14 maart 2022 door voorzieningenrechter M. Soffers, in aanwezigheid van griffier S.P.M. Zwinkels. Hiermee wordt de rechtspositie van de vreemdeling in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.