ECLI:NL:RVS:2022:786
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens motiveringsgebrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 maart 2021 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 mei 2021 het besluit vernietigde vanwege een zorgvuldigheids- of motiveringsgebrek en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 17 maart 2022 dat het hoger beroep ongegrond is omdat het motiveringsgebrek eenvoudig kan worden hersteld en de staatssecretaris de asielmotieven, waaronder de afvalligheid en bekering tot het christendom, nader moet beoordelen in het licht van recente jurisprudentie.
De Raad van State bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.