ECLI:NL:RVS:2022:86

Raad van State

Datum uitspraak
13 januari 2022
Publicatiedatum
13 januari 2022
Zaaknummer
202104877/1/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling ondanks dossiertoegang geschil

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 30 juni 2021 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit op 20 juli 2021 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.

Tijdens de procedure bij de rechtbank trad een waarnemend gemachtigde op voor de oorspronkelijke gemachtigde. Door een administratieve fout werd de waarnemend gemachtigde tijdelijk de toegang tot het digitale dossier ontzegd, juist toen de staatssecretaris vlak voor de zitting een voortgangsrapportage toevoegde. De vreemdeling stelde dat dit het verdedigingsbeginsel schond.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank de waarnemend gemachtigde uiteindelijk weer toegang gaf en de procedure schorste om nadere gronden in te dienen, waardoor de belangen van de vreemdeling niet werden geschaad. De overige grieven van de vreemdeling waren onvoldoende voor vernietiging van het vonnis. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202104877/1/V3.
Datum uitspraak: 13 januari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 20 juli 2021 in zaak nr. NL21.10547 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 30 juni 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 20 juli 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Derksen, advocaat te Velp, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
Inleiding
1.       Tijdens de procedure bij de rechtbank heeft de gemachtigde van de vreemdeling zich laten waarnemen door een andere gemachtigde. Deze waarnemend gemachtigde heeft dit op 13 juli 2021 aan de rechtbank medegedeeld. De waarnemend gemachtigde heeft daarna toegang gekregen tot het digitale dossier van de vreemdeling. De rechtbank heeft abusievelijk in haar systeem ingevoerd dat de gemachtigde is vervangen. Toen duidelijk werd dat het niet ging om vervanging maar om waarneming, heeft de rechtbank de doorgevoerde wijziging teruggedraaid. Dit had tot gevolg dat de toegang tot het digitale dossier voor de waarnemend gemachtigde weer werd beëindigd en zij voorafgaand aan en tijdens de zitting van 15 juli 2021 geen toegang meer had tot het dossier.
Toegang tot het digitale dossier
2.       De vreemdeling klaagt in zijn eerste grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het verdedigingsbeginsel niet is geschonden. Volgens hem heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het de verantwoordelijkheid is van de gemachtigde die zich wil laten waarnemen om zijn waarnemer te voorzien van alle informatie die noodzakelijk is voor de voorbereiding en behandeling van de zaak. Hij voert aan dat een waarnemend gemachtigde dezelfde proceshandelingen moet kunnen verrichten als een gemachtigde.
2.1.    De rechtbank moet garanderen dat een gemachtigde een vreemdeling adequaat kan bijstaan tijdens de procedure (vergelijk r.o. 3.1. in de uitspraak van de Afdeling van 21 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2814). Dat betekent dat zij er zorg voor moet dragen dat ook een waarnemend gemachtigde het dossier altijd moet kunnen raadplegen. Dit is immers noodzakelijk om de belangen van de vreemdeling te kunnen behartigen. In dat verband wijst de vreemdeling er terecht op dat voor bewaringszaken een verplichting om digitaal te procederen geldt, dat tot het laatste moment stukken kunnen worden toegevoegd en het gebruikelijk is dat doorgaans pas op de zitting beroepsgronden naar voren worden gebracht. Om te illustreren waarom dit van belang is, merkt de Afdeling op dat de staatssecretaris in deze zaak vlak voor de zitting de voortgangsrapportage aan het dossier heeft toegevoegd. Op dat moment was de toegang tot het dossier voor de waarnemend gemachtigde weer beëindigd. Hoewel de klacht dus terecht is voorgedragen, leidt dit niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Uit de uitspraak blijkt namelijk dat de rechtbank het onderzoek ter zitting heeft geschorst, de waarnemend gemachtigde opnieuw toegang heeft gegeven tot het digitale dossier en in de gelegenheid heeft gesteld nadere gronden in te dienen. Daarmee heeft de rechtbank alsnog voldaan aan de hierboven genoemde verplichting om toegang tot het dossier te geven en daardoor is de vreemdeling niet in zijn belangen geschaad.
Overige grieven
3.       Wat de vreemdeling in de andere grieven heeft aangevoerd, leidt ook niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
Conclusie
4.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. D.A. Verburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Verweij, griffier.
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. Verweij
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2022
345-918