ECLI:NL:RVS:2022:895
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na eerdere vernietigingen
De vreemdeling uit Rwanda verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke de staatssecretaris op 6 januari 2021 afwees. De rechtbank vernietigde deze afwijzing op 12 maart 2021 en beval vergunningverlening, omdat de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer was.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien zonder over alle noodzakelijke gegevens te beschikken. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank terecht de stukken inhoudelijk had beoordeeld en dat de staatssecretaris geen nieuwe omstandigheden had aangevoerd die vergunningverlening konden verhinderen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.