Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], geboren op [geboortedatum] 1976 te Nigeria,
Procesverloop
Overwegingen
- Identiteit, nationaliteit en herkomst;
- Gestelde seksuele geaardheid;
- Mensenhandel in Duitsland.
Geloofwaardigheidsbeoordeling seksuele geaardheid
Vermogen van eiser om adequaat te verklaren
Referentiekader eiser en bewijsdrempel om relaas aannemelijk te achten
Opvolgende aanvraag; samenwerkingsplicht, documenten en beoordelingskader
vastgestelddat deze documenten authentiek en inhoudelijk juist zijn, betekent niet dat de inhoud niet juist
kánzijn. Verweerder heeft weliswaar aan eiser vragen gesteld over de verkrijging van deze documenten, maar heeft zich niet nader vergewist of de inhoud van de onderzochte documenten juist kan zijn door deze documenten bijvoorbeeld inhoudelijk te vergelijken met documenten uit het referentiemateriaal waarvan wel is vastgesteld dat deze authentiek en bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. De inhoud van de documenten ondersteunt het asielrelaas van eiser en verweerder had dit daarom nader dienen te onderzoeken. Verweerder heeft door dit na te laten niet deugdelijk en zorgvuldig genoeg onderzocht of de documenten tezamen en in onderlinge samenhang met alle andere in deze en de vorige procedure aangedragen bewijsmiddelen het asielrelaas van eiser aannemelijk maken. De rechtbank merkt hierbij op dat eiser genoegzaam heeft verklaard op welke wijze hij de documenten verkregen en waarom hij niet in staat is geweest om deze documenten eerder te overleggen.
39 In casu wenst de verwijzende rechter te vernemen of een document waarvan de authenticiteit en de waarachtigheid niet kunnen worden uitgesloten, „een nieuw element of nieuwe bevinding” in de zin van artikel 40, lid 2, van richtlijn 2013/32 kan vormen, hoewel de authenticiteit van dit document niet kan worden vastgesteld of de bron ervan niet objectief verifieerbaar is.
een andere Nigeriaanse asielzoeker(onderstreping en cursief door de rechtbank) met een vals Italiaans verblijfsdocument met de naam en foto van eiser bij een uitzendbureau in Harderwijk is geweest en dat eiser hiervoor geen plausibele verklaring heeft maar dit wel een feit is.” De rechtbank acht deze tegenwerping werkelijk onbegrijpelijk en vermag in het geheel niet in te zien waarom eiser de gedraging van een derde zou moeten kunnen verklaren. Door dit op deze manier tegen te werpen, verweerder heeft immers overwogen dat “uw historie met documenten” afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de gestelde vrees, wekt verweerder -tenminste- de schijn dat hij niet langer onbevangen het asielverzoek van eiser onderzoekt en beoordeelt omdat eiser onoprechte intenties zou hebben. De rechtbank acht dit kwalijk en de rechtbank kan zich niet aan de indruk onttrekken dat deze vooronderstelling van verweerder met betrekking tot de intenties en gedragingen van eiser de besluitvorming in de laatste fase van deze procedure is gaan overheersen. De rechtbank begrijpt dan ook dat eiser, zoals hij ter zitting op 2 oktober 2024 heeft verklaard, het gevoel heeft dat wat hij ook doet of zegt, verweerder hem nimmer zal geloven en hem nimmer een verblijfsvergunning zal verlenen. Zoals uitgesproken ter zitting kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake is van een gebrek aan onpartijdigheid en acht de rechtbank de indruk die verweerder wekt niet zodanig dat dit formeel moet worden gekwalificeerd als schijn van partijdigheid.
in onderlinge samenhang metde in de eerste procedure aangedragen bewijsmiddelen.
kánzijn maar tevens een verkeerde conclusie uit de onderzoeksbevindingen van Bureau Documenten getrokken.
Tussenconclusie
Refoulementrisico in verband met mensenhandel
3. Mensenhandel Duitsland
verhoordan van een
gehoorheeft. Uit de verslaglegging blijkt bovendien evident dat de hoormedewerker geen kennis heeft genomen van het in 2014 uitgebrachte advies van Medifirst en de reeds toen geconstateerde beperking dat eiser geen data kan reproduceren. De hoormedewerker heeft eiser veelvuldig naar data gevraagd en eiser vervolgens bij herhaling geconfronteerd dat hij data en getallen niet consistent weet te benoemen. Ook heeft deze hoormedewerker kennelijk geen kennis genomen van het verslag van het gehoor opvolgende aanvraag. Dan had de hoormedewerker immers gelezen dat eiser op vragen van de hoormedewerker heeft verklaard psychische problemen te hebben en de hoormedewerker daarom in dat gehoor zorgvuldig heeft getracht met eisers welbevinden gedurende het gehoor rekening te houden. Weliswaar heeft de hoormedewerker een aantal vragen gesteld over hoe het ging met eiser en of hij zichzelf in staat achtte om gehoord te worden. De rechtbank overweegt evenwel dat dit de standaardmatige vragen zijn die op grond van het “format” van het gehoor worden gesteld. Niet alleen het beslissen maar ook het horen vergt maatwerk. De hoormedewerker had zich nader moeten vergewissen van het referentiekader van eiser en met name de eerder vastgestelde beperking bij het horen en beslissen en had zijn vraagstelling en zijn hoormethode van het voortdurend confronteren met inconsistenties moeten aanpassen aan de persoon van eiser. Eiser is kwetsbaar omdat hij verzoekt om internationale bescherming en omdat hij (herhaald) slachtoffer is van mensenhandel. De hoormedewerker dient door middel van het stellen van vragen eiser in de gelegenheid te stellen om zijn asielrelaas naar voren te brengen. De omvang van deze invulling van de samenwerkingsplicht is niet anders in opvolgende procedures en in aanvullende gehoren. De hoormedewerker heeft eiser echter gehoord alsof hij een verdachte van strafbare feiten is en gelet op de inhoud en het verloop van het gehoor wekt de hoormedewerker de indruk dat hij voornemens was om eiser “te ontmaskeren”. Deze indruk ontstaat door dit gehoor in samenhang met de conclusie van verweerder dat eiser “een verleden heeft van het overleggen van documenten waarvan de echtheid in twijfel wordt getrokken”. De hoormedewerker die dit aanvullende gehoor heeft afgenomen heeft zich dus ogenschijnlijk ook geheel niet gerealiseerd dat ook bij het formuleren van vragen rekening moet worden gehouden met het referentiekader en dus onder meer het vermogen om gestelde vragen te begrijpen en adequaat te beantwoorden. De toonzetting van het gehoor geeft er weinig blijk van dat de hoormedewerker snapt dat eiser reeds omdat hij meerdere malen slachtoffer is geweest van mensenhandel, kwetsbaar is zoals uitdrukkelijk is bepaald in artikel 21 van Pro de Opvangrichtlijn. Het verbaast de rechtbank in zekere zin dat de medewerker van VWN die dit gehoor heeft bijgewoond, niet heeft “ingegrepen” door meteen te benoemen dat de wijze van vragen stellen onvoldoende rekening houdt met de kwetsbaarheid van eiser en het doel van een gehoor in de asielprocedure. De rechtbank wijst hierbij als voorbeeld op de navolgende passage uit dit aanvullend gehoor dat op 27 mei 2024 heeft plaatsgevonden:
Tussenconclusie II
Conclusie, gevolgen en beslissing om zelf te voorzien
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt beide bestreden besluiten;
- draagt verweerder op om aan eiser een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen met als ingangsdatum 16 maart 2022;
- vernietigt het op 1 augustus 2014 opgelegde terugkeerbesluit;
- vernietigt het op 16 december 2022 opgelegde inreisverbod;
- draagt verweerder op om de registratie van het terugkeerbesluit en het inreisverbod in het SIS te (doen) verwijderen binnen vier weken na deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €4.593,75.