ECLI:NL:RVS:2022:90
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding griffierecht na gegrondverklaring beroep wijziging verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 16 januari 2020 het verzoek van de vreemdeling af om het doel van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te wijzigen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 25 augustus 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 februari 2021 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte niet had bepaald dat de staatssecretaris het betaalde griffierecht aan de vreemdeling moest vergoeden, nu het beroep gegrond was verklaard. De Afdeling vernietigde dit deel van de uitspraak en bepaalde dat de griffierechten voor beroep en hoger beroep aan de vreemdeling vergoed moeten worden.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 13 januari 2022.
Uitkomst: De staatssecretaris moet het betaalde griffierecht en de proceskosten aan de vreemdeling vergoeden.