ECLI:NL:RVS:2022:902
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 15 december 2021 een besluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem werd uitgevaardigd.
De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 25 februari 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De rechtsvraag over de verplichting tot vermelding van het land van terugkeer in een terugkeerbesluit is reeds eerder door de Afdeling beantwoord. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.