ECLI:NL:RVS:2022:908
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 5 november 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 25 februari 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 25 maart 2022 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €759,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand die door een derde beroepsmatig is verleend.
De uitspraak is gedaan in het openbaar en ondertekend door voorzieningenrechter C.J. Borman, met griffier N. Tibold aanwezig. De beslissing volgt eerdere jurisprudentie van de Afdeling van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457).
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.