ECLI:NL:RVS:2022:912
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid weigerde op 23 mei 2019 om de vreemdeling ambtshalve een document te verlenen waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze weigering, dat op 3 september 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 juni 2020 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris een onjuiste bewijsmaatstaf en beoordelingskader had gehanteerd bij de beoordeling van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling, in strijd met eerdere jurisprudentie en het arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband hielden met de behandeling van het beroep en hoger beroep. De griffierechten hoefden niet te worden vergoed omdat deze niet waren geheven.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.