ECLI:NL:RVS:2022:918
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 26 januari 2022 het besluit om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 februari 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met name over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van J.Th. Drop op 28 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.