ECLI:NL:RVS:2022:971
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf Eritrese vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 december 2018 de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met het beoordelingskader voor Eritrese nareiszaken, zoals uiteengezet in eerdere uitspraken, en met het Algemeen Ambtsbericht Eritrea 2020 dat de beperkte beschikbaarheid van Eritrese documenten toelicht. De staatssecretaris had het bewijs niet in onderlinge samenhang beoordeeld en had nagelaten te motiveren waarom de vreemdeling het voordeel van de twijfel niet toekomt.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank deze tekortkomingen niet had onderkend en vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling waarbij de juiste normen en het ambtsbericht in acht worden genomen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.