ECLI:NL:RVS:2022:980
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel en toekenning schadevergoeding aan vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 25 januari 2022 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. Deze maatregel werd voortgezet bij besluit van 18 februari 2022, waarbij tevens een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel werd afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen het besluit van 18 februari 2022 ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen beide uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de kennisgeving van de oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel niet tijdig aan de rechtbank was verzonden, waardoor de maatregel vanaf 23 februari 2022 onrechtmatig was. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel gegrond werd verklaard en deze maatregel per direct werd opgeheven.
Daarnaast werd aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend voor de periode van onrechtmatige vrijheidsontneming. Het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel werd ongegrond verklaard. Tot slot werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en de vreemdeling ontvangt een schadevergoeding; het hoger beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.