ECLI:NL:RVS:2022:99
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- C.C.W. Lange
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding wegens onrechtmatige grensdetentie
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 26 augustus 2021 aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op in het kader van een asielverzoek aan de buitengrens. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees een schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling pas op 8 september 2021 voor het eerst werd gehoord, terwijl de vrijheidsontneming al op 26 augustus begon. Hierdoor was de grensdetentie vanaf het begin onrechtmatig.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de vreemdeling een schadevergoeding toe van € 2.100,00 over de periode van 26 augustus tot en met 15 september 2021. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.277,00. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel was onrechtmatig en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van € 2.100,00 toegekend.