ECLI:NL:RVS:2023:122
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing openbaarmakingsverzoek Wet openbaarheid van bestuur inzake logiesgebouwen arbeidsmigranten
Het college van burgemeester en wethouders van Westland heeft op 5 september 2019 besloten op een Wob-verzoek van Westbrick om documenten over initiatieven voor logiesgebouwen voor arbeidsmigranten in het projectgebied Honderdland fase 2 te Maasdijk. Het college maakte slechts een deel van de documenten openbaar. Westbrick stelde bezwaar en beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar van 15 augustus 2022 en gaf het college zes weken de tijd om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat het instellen van hoger beroep geen schorsende werking heeft en dat het college verplicht is een nieuw besluit te nemen. Wel werd bepaald dat feitelijke openbaarmaking van documenten kan worden opgeschort totdat het hoger beroep is beslist, om onomkeerbare gevolgen te voorkomen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat het college uiterlijk 1 maart 2023 een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, met inachtneming van de rechtbankuitspraak. Het verzoek om opschorting van het nemen van een nieuw besluit werd afgewezen, maar feitelijke openbaarmaking mag worden uitgesteld tot het hoger beroep is afgerond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het college van Westland moet uiterlijk 1 maart 2023 een nieuw besluit op bezwaar nemen, maar feitelijke openbaarmaking kan worden opgeschort tot het hoger beroep is beslist.