ECLI:NL:RVS:2023:1273
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na hoger beroep
Bij besluit van 5 december 2022 legde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 december 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De klacht over het uitlezen van zijn telefoon werd niet inhoudelijk behandeld omdat dit geen directe invloed heeft op de rechtmatigheid van de vrijheidsontnemende maatregel volgens artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.