ECLI:NL:RVS:2010:BL1497
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling vreemdelingenbewaring en uitlezen mobiele telefoon
De vreemdeling werd op 8 december 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde op 21 december 2009 dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was, mede vanwege het zonder wettelijke grondslag uitlezen van de mobiele telefoon van de vreemdeling, en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris van Justitie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het uitlezen van de telefoon na het opleggen van de bewaring plaatsvond en werd gebruikt om gegevens te verkrijgen in het kader van de uitzetting. Omdat het traject voor het verkrijgen van een laissez passer bij de Palestijnse Autoriteit al was ingezet na een vertrekgesprek op 15 december 2009, was het zicht op uitzetting niet afhankelijk van de informatie van de telefoon.
Verder oordeelde de Raad dat het verzoek om legitimatie in het kader van een algemene politietaak was gedaan en niet onrechtmatig was bevonden door een bevoegde rechter. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.