ECLI:NL:RVS:2023:1360
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- A.W.M. Bijloos
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing VOG-aanvraag ambulancechauffeur met eerdere veroordeling zedendelict
Appellant vroeg op 21 april 2020 een verklaring omtrent het gedrag (VOG) aan voor de functie van ambulancechauffeur basiszorg, een functie waarbij sprake kan zijn van één-op-één relaties met patiënten, waaronder minderjarigen, en daarmee een tijdelijke afhankelijkheid.
De minister wees de aanvraag af op basis van een veroordeling van appellant uit 2015 voor vier gevallen van bezit en verspreiding van kinderpornografie. De minister oordeelde dat herhaling van het zedendelict een belemmering vormt voor de behoorlijke uitoefening van de functie, mede door het risico van misbruik binnen de gezags- en afhankelijkheidsrelatie.
De rechtbank bevestigde dit oordeel en verwierp het beroep van appellant. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen acuut ziekenvervoer verricht en dat er geen sprake is van één-op-één contact met minderjarigen, en dat hij inmiddels een forensische behandeling had afgerond.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het objectieve criterium is voldaan omdat het delict een zedendelict betreft en herhaling een belemmering vormt. Het subjectieve criterium bood geen ruimte voor afgifte van de VOG, mede omdat het toezicht en behandeling na het besluit plaatsvonden en de straf een indicatie is van de ernst van het delict. De Afdeling bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de VOG-aanvraag vanwege het eerdere zedendelict en het risico op herhaling in de functie.