ECLI:NL:RVS:2023:139
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep staatssecretaris tegen dwangsom wegens niet tijdig besluit asielaanvragen
De vreemdelingen hadden beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde het niet tijdig nemen van besluiten en legde een dwangsom op aan de staatssecretaris.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen het oordeel van de rechtbank dat de mogelijkheid om een dwangsom te verbinden aan een uitspraak niet aan de vreemdelingenrechter kan worden onthouden op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwees naar haar eerdere uitspraak van 30 november 2022, waarin deze rechtsvraag al was beantwoord.
De vreemdelingen betoogden terecht dat de staatssecretaris geen belang meer had bij het hoger beroep, omdat binnen de gestelde termijn alsnog besluiten waren genomen en de dwangsom niet meer verschuldigd was. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 418,50. De zaak werd als licht aangemerkt vanwege de eenvoudige aard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt niet-ontvankelijk verklaard en hij wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.