ECLI:NL:RVS:2023:1397
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Wissels
- N. Verheij
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 februari 2021 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, met een inreisverbod tot gevolg.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 17 november 2021 en 4 oktober 2022 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 10 februari 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.