ECLI:NL:RVS:2023:1496
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens motiveringsgebrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 augustus 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af wegens gevaar voor de openbare orde, gebaseerd op een eerdere veroordeling tot een onvoorwaardelijke geldboete in 2018.
De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 23 november 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 23 juli 2021 ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris bij de afwijzing niet volstond met een enkele verwijzing naar de beleidsregel, maar ook de individuele omstandigheden van de vreemdeling had moeten beoordelen en motiveren of het weigeren van de vergunning niet onevenredig was. Dit motiveringsgebrek werd door de rechtbank niet onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar werden vernietigd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde hiermee het belang van een zorgvuldige motivering bij toepassing van discretionaire bevoegdheden in vreemdelingenzaken centraal.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.