ECLI:NL:RVS:2023:165
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over permanente bewoning recreatiewoning te Lunteren
Het college van burgemeester en wethouders van Ede heeft bij besluit van 13 augustus 2020 aan [wederpartij] gelast de bewoning van zijn recreatiewoning op recreatiepark De Goudsberg te beëindigen, omdat het bestemmingsplan permanente bewoning verbiedt. Het college baseerde dit op de inschrijving van [wederpartij] in de basisregistratie personen (BRP) op het adres van de recreatiewoning en het ontbreken van andere woonruimte.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van [wederpartij] tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en herroepen het, omdat het college onvoldoende bewijs had geleverd voor het vermoeden van permanente bewoning. De rechtbank betrok daarbij ook de ambtshalve uitschrijving van [wederpartij] uit de BRP in augustus/september 2021.
In hoger beroep stelde het college dat de rechtbank ten onrechte de latere uitschrijving uit de BRP had betrokken en dat het college voldoende had gemotiveerd dat [wederpartij] zijn hoofdverblijf had in de recreatiewoning. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat de controleverslagen, waaruit bleek dat [wederpartij] niet aanwezig was tijdens meerdere controles en dat anderen de woning recreatief gebruikten, het vermoeden van hoofdverblijf ontkrachten. Ook de aanwezigheid van een bestelbus en de inschrijving van een voertuig op het adres boden onvoldoende bewijs.
De Afdeling zag daarom geen reden om het oordeel van de rechtbank te vernietigen en bevestigde de uitspraak. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden en moet griffierecht betalen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de recreatiewoning als hoofdverblijf wordt gebruikt en verklaart het hoger beroep ongegrond.