ECLI:NL:RVS:2023:1653
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom en invordering tegen Deliverbro’s wegens overtreding ventverbod en hinder
Deliverbro’s B.V. verkocht lachgas aan particulieren en bedrijven, waarbij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam in 2019 last onder dwangsom oplegde en uiteindelijk €1.000.000 aan dwangsommen invorderde wegens overtreding van het ventverbod en het veroorzaken van hinder volgens de APV.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van Deliverbro’s ongegrond, waarna Deliverbro’s hoger beroep instelde bij de Raad van State. Deliverbro’s voerde aan dat zij niet ventte omdat de verkoop online plaatsvond en koeriers slechts kort op locaties verbleven, dat het hinderverbod niet van toepassing was en dat het college zich had laten leiden door mediaberichtgeving.
De Raad van State oordeelde dat de waarnemingen in processen-verbaal en rapporten van bevindingen niet werden betwist en dat deze duidelijk maakten dat Deliverbro’s wel degelijk ventte zonder vergunning en hinder veroorzaakte. Het beroep op een arrest van het gerechtshof Amsterdam faalde omdat die situatie anders was. Ook de invorderingsbesluiten werden bevestigd, waarbij het college terecht geen rekening hoefde te houden met de financiële draagkracht van Deliverbro’s.
De enkele omstandigheid dat Deliverbro’s nu samenwerkt met de gemeente om jongeren te wijzen op gevaren van lachgas werd niet als bijzondere omstandigheid gezien om van invordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Deliverbro’s wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom en invordering door het college bevestigd.