ECLI:NL:RVS:2023:1691
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsverzoek bemesting veehouderij Overijssel
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel wees het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen een veehouderij wegens bemesting zonder natuurvergunning af. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 13 juli 2021 gegrond en vernietigde dit besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit binnen 16 weken.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze vernietiging, stellende dat de termijn te kort was en dat het bemesten op de referentiedatum niet feitelijk onderzocht hoefde te worden. MOB en Leefmilieu stelden incidenteel hoger beroep in met tegenargumenten over het projectbegrip en referentiesituatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht een referentiesituatie ontleent aan het planologisch regime en dat feitelijk bemesten op de referentiedatum niet hoeft te worden onderzocht. De Afdeling vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het college tot een nieuw besluit binnen 16 weken verplichtte, bevestigde de overige uitspraak en liet de rechtsgevolgen van het besluit van 13 juli 2021 in stand. Hiermee is de handhavingsprocedure beëindigd.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 13 juli 2021 blijven in stand en het college hoeft geen nieuw besluit binnen 16 weken te nemen.