ECLI:NL:RVS:2023:1700
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een vreemdelingenzaak. Vervolgens heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken omdat de overdrachtstermijn van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening was verstreken. Daarnaast verzocht hij de Afdeling bestuursrechtspraak om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2021:182) de staatssecretaris niet gehouden is proceskosten te vergoeden wanneer hij door tijdsverloop alsnog de asielaanvraag in behandeling neemt. Dit is in de onderhavige zaak van toepassing.
Daarom wees de Afdeling het verzoek af en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van mr. H.G. Sevenster, op 3 mei 2023.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen; de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.