ECLI:NL:RVS:2023:1700

Raad van State

Datum uitspraak
3 mei 2023
Publicatiedatum
3 mei 2023
Zaaknummer
202301521/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 DublinverordeningArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak

De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een vreemdelingenzaak. Vervolgens heeft de vreemdeling het hoger beroep ingetrokken omdat de overdrachtstermijn van artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening was verstreken. Daarnaast verzocht hij de Afdeling bestuursrechtspraak om de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2021:182) de staatssecretaris niet gehouden is proceskosten te vergoeden wanneer hij door tijdsverloop alsnog de asielaanvraag in behandeling neemt. Dit is in de onderhavige zaak van toepassing.

Daarom wees de Afdeling het verzoek af en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, onder voorzitterschap van mr. H.G. Sevenster, op 3 mei 2023.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen; de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitspraak

202301521/1/V1.
Datum uitspraak: 3 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).
Procesverloop
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.A. van den Berg, advocaat te Middelburg, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 7 maart 2023 in zaak nr. NL23.2231.
De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.
Overwegingen
1.       Bij brief van 11 april 2023 heeft de vreemdeling aan de Afdeling laten weten dat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken en dat hij daarom zijn hoger beroep intrekt. Daarnaast heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
2.       Uit de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:182, onder 2, volgt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden wanneer hij, zoals in dit geval, als gevolg van tijdsverloop de asielaanvraag alsnog in behandeling neemt.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 mei 2023
941