ECLI:NL:RVS:2023:1701
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure trok de staatssecretaris het besluit in en nam de asielaanvraag alsnog in behandeling, omdat de overdrachtstermijn van de Dublinverordening was verstreken. De vreemdeling zag echter geen aanleiding om het hoger beroep in te trekken en verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het belang van de vreemdeling bij een inhoudelijke beoordeling is komen te vervallen. Tevens werd verwezen naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat de staatssecretaris in soortgelijke gevallen niet hoeft te worden veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag inmiddels alsnog in behandeling is genomen.