ECLI:NL:RVS:2023:1712
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State in hoger beroep tegen voortduren bewaring vreemdeling
Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling in bewaring gesteld. De vreemdeling stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat tegen het voortduren van de bewaring geen hoger beroep openstaat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het verbod op hoger beroep kan slechts worden doorbroken indien er geen eerlijk proces heeft plaatsgevonden, hetgeen hier niet aan de orde was.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 837,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.