ECLI:NL:RVS:2023:1725
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging partnerstatus voor toeslagen ondanks betwisting zakelijke huurovereenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen heeft de toeslagen voor appellante over 2018, 2019 en 2020 herzien en haar moeder als toeslagpartner aangemerkt vanwege inschrijving op hetzelfde adres en het ontbreken van een zakelijke huurovereenkomst. Appellante stelde dat zij een zakelijke huurovereenkomst had met haar moeder en overhandigde een schriftelijke overeenkomst en bankafschriften als bewijs.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de huurovereenkomst pas in 2021 schriftelijk is vastgelegd en dat de bankafschriften en administratieve lijstjes onvoldoende bewijs leveren dat er sprake was van zakelijke huur in de relevante periode. Ook het fiscaal partnerschap tussen appellante en haar moeder, zoals aangetoond in de aangifte inkomstenbelasting, ondersteunt de partnerstatus.
Appellante voerde aan dat het besluit onevenredig was, maar de Afdeling oordeelde dat de wettelijke bepalingen dwingend zijn en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijking rechtvaardigen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de moeder van appellante blijft als toeslagpartner aangemerkt.