ECLI:NL:RVS:2023:1763
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 23 februari 2023 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 april 2023 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat het belang van de vreemdeling bij het voorkomen van uitzetting tijdens de procedure zwaarder weegt. Daarom is bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan rechtsbijstand door een derde.
Deze uitspraak volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak, waaronder een eerdere uitspraak van 20 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:457). De beslissing is genomen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht en betreft een voorlopige voorziening in een vreemdelingenzaak.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.