ECLI:NL:RVS:2023:1766
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens niet-horen vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 oktober 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat op 4 januari 2022 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag bevestigde dit in haar uitspraak van 25 november 2022.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte voorbij was gegaan aan de klacht dat de staatssecretaris de vreemdeling niet had gehoord over het bezwaar. Volgens vaste jurisprudentie is het uitgangspunt dat de vreemdeling wordt gehoord en dat uitzonderingen op deze hoorplicht terughoudend worden toegepast.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar en de vreemdeling daarvoor horen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en vonnis vernietigd, en de staatssecretaris moet de vreemdeling horen en een nieuw besluit nemen.