ECLI:NL:RVS:2023:1774
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A. Kuijer
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning regulier wegens onvoldoende belangenafweging artikel 8 EVRM
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 november 2020 de aanvraag van de vreemdeling, met de Venezolaanse nationaliteit, om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagde, omdat zij onvoldoende rekening hield met de emotionele banden tussen de vreemdeling en haar in Nederland verblijvende moeder. De staatssecretaris had niet de vereiste belangenafweging verricht die noodzakelijk is bij een beroep op artikel 8 EVRM Pro.
De Afdeling bevestigde dat de vreemdeling niet behoort tot de risicogroep van politieke activisten die significante kritiek uiten op de Venezolaanse autoriteiten. Ook werd geoordeeld dat het weigeren van de Carnet de la Patria niet leidt tot een situatie die asiel rechtvaardigt.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 6 november 2020 voor zover het de weigering van de verblijfsvergunning regulier betrof en droeg de staatssecretaris op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met een volledige belangenafweging. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.511,00.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot weigering van een verblijfsvergunning regulier wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe belangenafweging.