ECLI:NL:RVS:2023:1809
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel ontvangen zorgtoeslag na pensioenuitkering
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die de terugvordering van € 950,00 aan teveel ontvangen zorgtoeslag over 2019 door de Belastingdienst/Toeslagen bevestigde. De zorgtoeslag was definitief vastgesteld op € 1.367,00 op basis van een gezamenlijk toetsingsinkomen van € 27.946,00, inclusief een eenmalige pensioenuitkering.
Appellant betoogde dat de pensioenuitkering, die over meerdere jaren was opgebouwd, niet volledig aan 2019 toegerekend had moeten worden en dat dit onterecht leidde tot een hogere terugvordering. Tevens stelde appellant dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die matiging van de terugvordering rechtvaardigen.
De Raad van State oordeelde dat de Awir en de Wet op de zorgtoeslag geen grondslag bieden om inkomensbestanddelen buiten beschouwing te laten en dat het verzamelinkomen zoals vastgesteld door de inspecteur leidend is. Het onderscheid met de huurtoeslag is een bewuste keuze van de wetgever. Verder zijn er geen bijzondere omstandigheden aanwezig die matiging van de terugvordering rechtvaardigen. De betalingscapaciteit van appellant maakt een betalingsregeling mogelijk.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Belastingdienst hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 950,00 bevestigd.