ECLI:NL:RVS:2021:2334
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorgtoeslag en kindgebonden budget ondanks nabetaling bijstandsuitkering
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de definitieve vaststelling van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget over 2017 door de Belastingdienst/Toeslagen. Appellant ontving een nabetaling van zijn bijstandsuitkering en maandelijkse bijdrage voor de collectieve zorgverzekering, welke in het verzamelinkomen 2017 werd meegenomen.
Appellant stelde dat deze nabetaling betrekking had op de periode december 2015 tot en met juni 2016 en daarom niet aan 2017 toegerekend mocht worden. Hij vorderde een juiste toerekening van het inkomen aan de jaren waarop het betrekking had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Belastingdienst/Toeslagen handhaafde haar standpunt.
De Raad van State oordeelt dat de wet- en regelgeving geen grond biedt om inkomensbestanddelen buiten beschouwing te laten bij de berekening van de draagkracht voor toeslagen. De bijzondere omstandigheden van appellant rechtvaardigen geen afwijking. Wel kan appellant een persoonlijke betalingsregeling aanvragen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het teveel ontvangen voorschot blijft gehandhaafd.