ECLI:NL:RVS:2023:1820
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wob-verzoek inzake integriteitsonderzoek naar horecazaak
Appellant heeft in 2020 meerdere Wob-verzoeken ingediend om inzage te verkrijgen in een integriteitsonderzoek naar zijn horecazaak, voortkomend uit een geanonimiseerde tip. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af, omdat appellant uitleg vroeg over de feitelijke afhandeling van de tip en het verzoek niet op openbaarmaking van documenten was gericht. Het college stelde dat alle relevante documenten reeds waren verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de Wob geen verplichting bevat tot het vervaardigen van gegevens die niet in bestaande documenten zijn neergelegd. Appellant stelde dat er meer documenten moeten bestaan omdat een tip normaal gesproken schriftelijk wordt geregistreerd, maar het college legde uit dat de geanonimiseerde tip telefonisch was gedaan en dat afhandeling vaak mondeling plaatsvindt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet ongeloofwaardig is dat er geen aanvullende documenten bestaan en dat appellant geen concrete aanwijzingen heeft geleverd die het tegendeel aannemelijk maken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.