ECLI:NL:RVS:2018:2043
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot openbaarmaking rechtsbijstandgegevens politieagenten na overlijden
De zaak betreft een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) door een nabestaande van een overledene die kort na een arrestatie door politiegeweld overleed. De verzoeker wilde inzicht in de rechtsbijstand die aan agenten was verleend, inclusief communicatie en tarieven.
De korpschef weigerde gedeeltelijk openbaarmaking, met name van persoonsgegevens van agenten en tarieven van het advocatenkantoor, vanwege privacybescherming en het voorkomen van onevenredige benadeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel.
De Afdeling oordeelde dat de korpschef voldoende had gemotiveerd waarom bepaalde informatie niet openbaar werd gemaakt, dat er geen bewijs was voor het bestaan van meer documenten, en dat het belang van privacy en concurrentie zwaarder woog dan het belang van openbaarheid. Tevens werd geoordeeld dat het EVRM-artikel 10 geen Pro volledige openbaarmaking vereist en dat de belangenafweging binnen de Wob passend was uitgevoerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de korpschef bevestigd.