ECLI:NL:RVS:2023:1885
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning wegens gevaar voor openbare orde ondanks individuele belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 november 2017 de aanvraag van een Amerikaanse vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, vanwege een gevaar voor de openbare orde. Dit was gebaseerd op een eerdere veroordeling in de Verenigde Staten voor doodslag op haar toenmalige echtgenoot. De vreemdeling was sinds 2011 vrijgelaten en woonde samen met haar Nederlandse echtgenoot in Nederland.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat hij een individuele belangenafweging had gemaakt, waarbij onder meer het ontbreken van nieuwe strafbare feiten na 2011 en de door de vreemdeling gestelde bijzondere omstandigheden rond het misdrijf niet waren betrokken.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het motiveringsgebrek terecht was vastgesteld. De staatssecretaris had niet adequaat gereageerd op de door de vreemdeling gestelde omstandigheden en had onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van de vreemdeling bij gezinsleven.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen, waarbij de actuele gezondheidssituatie van de Nederlandse echtgenoot in de belangenafweging moet worden betrokken.
De vreemdeling vroeg om een hogere proceskostenvergoeding, maar dit verzoek werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van uitzonderlijk hoge kosten.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.