ECLI:NL:RVS:2023:1907
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Vervolgens trok hij het hoger beroep in nadat de staatssecretaris hem alsnog een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleende. De vreemdeling verzocht om een proceskostenveroordeling tegen de staatssecretaris.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep vanwege tegemoetkoming aan de indiener in de proceskosten kan worden veroordeeld. De staatssecretaris bood vergoeding van 1 punt voor de verleende rechtsbijstand, maar de vreemdeling verzocht ook vergoeding voor zijn schriftelijke reactie op vragen van de Afdeling.
De Afdeling achtte vergoeding van 0,5 punt voor deze reactie passend en wees daarnaast ook vergoeding van de kosten van de in beroep verleende rechtsbijstand toe. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van € 2.929,50 aan proceskosten, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 2.929,50 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.