ECLI:NL:RVS:2023:1912
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige voorziening inzake handhaving zonder omgevingsvergunning in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 9 mei 2022 een last onder dwangsom op aan verzoeker wegens een zonder omgevingsvergunning gerealiseerde uitbouw in de achtertuin van zijn horecabedrijf aan de locatie in Amsterdam. Na bezwaar en beroep verklaarden de rechtbank en het college het handhavingsbesluit in stand. Verzoeker vroeg een voorlopige voorziening bij de Raad van State, die op 28 maart 2023 de dwangsombesluiten schorste.
De voorzieningenrechter van de Raad van State onderzocht ambtshalve of deze voorlopige voorziening kon worden opgeheven. Verzoeker stelde dat concreet zicht op legalisatie bestond, onder verwijzing naar beleidsregels en het horecabeleid, en dat de uitbouw inmiddels aan de voorwaarden zou voldoen. Het college handhaafde echter dat niet aan de beleidsregels werd voldaan en dat het woon- en leefklimaat door de uitbreiding werd aangetast.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het enkele feit dat het college niet bereid is om een omgevingsvergunning te verlenen, voldoende is om te concluderen dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat. De rechtbank had dit oordeel terecht bevestigd. Ook het betoog van verzoeker dat een deel van de uitbouw vergunningvrij zou kunnen zijn, bood geen grond om de schorsing in stand te laten.
Daarom werd de voorlopige voorziening van 28 maart 2023 opgeheven, waardoor verzoeker het bouwwerk dient te verwijderen en verwijderd te houden. De voorzieningenrechter wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af, aangezien de uitspraak onherroepelijk is.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt opgeheven en verzoeker moet de illegale uitbouw verwijderen.