ECLI:NL:RVS:2023:1913
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 4 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 april 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen gronden bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.H. van Breda op 17 mei 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.