ECLI:NL:RVS:2023:1933
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invorderingsbesluit dwangsom warmtepompinstallaties zonder vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een last op om twee warmtepompinstallaties aan de achtergevel van zijn pand te verwijderen wegens het ontbreken van een omgevingsvergunning en strijd met het bestemmingsplan. Appellant voerde aan dat de installaties vergunningvrij waren en dat handhavend optreden onevenredig was vanwege financiële belangen en duurzame energievoorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de warmtepompinstallaties niet vergunningvrij zijn omdat zij hoger dan 1 meter boven het aansluitend afgewerkt terrein zijn geplaatst en niet als uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk kunnen worden aangemerkt. Het college was bevoegd tot handhaving.
Ten aanzien van het invorderingsbesluit van de dwangsom oordeelt de Afdeling dat appellant aan de last tot verwijdering heeft voldaan door de warmtepompen van de achtergevel te verwijderen en elders te plaatsen. De uitleg van het college dat de warmtepompinstallatie op het dakterras niet voldoet aan de last is niet terug te vinden in het oorspronkelijke besluit. Daarom wordt het invorderingsbesluit vernietigd en moet het college de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak van de rechtbank wordt ongegrond verklaard, maar het beroep tegen het invorderingsbesluit wordt gegrond verklaard en het invorderingsbesluit wordt vernietigd.