Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2023:1958

Raad van State

Datum uitspraak
16 mei 2023
Publicatiedatum
22 mei 2023
Zaaknummer
202302689/1/V1 en 202302689/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 92 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel wegens onrechtmatig vertrouwen in Italië

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 maart 2023 van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling werd genomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.

De kern van het geschil betreft het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië als veilige derde staat. De vreemdeling verwees naar een circulaire van de Italiaanse autoriteiten waarin werd gesteld dat opvangfaciliteiten voor Dublinclaimanten ontbreken. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat er een reëel risico bestaat dat vreemdelingen bij overdracht aan Italië in een toestand van ernstige materiële deprivatie terechtkomen, waardoor het vertrouwen in Italië niet langer gerechtvaardigd is.

De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd dat Italië aan zijn internationale verplichtingen zal voldoen. Daarom is het besluit onrechtmatig en wordt het vernietigd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling wordt toegewezen en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt vernietigd wegens onrechtmatig vertrouwen in Italië.

Uitspraak

202302689/1/V1 en 202302689/2/V1.
Datum uitspraak: 16 mei 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 april 2023 in zaak nr. NL23.6929 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 7 maart 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 19 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.A.A. Charry, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       In de enige grief bestrijdt de vreemdeling, onder verwijzing naar de ‘circular letter’ van de Italiaanse autoriteiten van 5 december 2022, het oordeel van de rechtbank dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de staatssecretaris niet langer mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Italië.
2.       In de uitspraken van 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1654, onder 4.3.2 en 4.3.3, en ECLI:NL:RVS:2023:1655, onder 3.3.2 en 3.3.3, heeft de Afdeling uit de berichtgeving van de Italiaanse autoriteiten afgeleid dat er voor Dublinclaimanten in Italië geen opvangfaciliteiten beschikbaar zijn. Hoewel uit de berichtgeving volgens de Afdeling niet zonder meer volgt dat de Italiaanse autoriteiten onverschillig staan tegenover de situatie van vreemdelingen, bestaat er een reëel risico dat vreemdelingen buiten hun eigen wil en keuzes om bij overdracht aan Italië terechtkomen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie, als bedoeld in punt 92 van het arrest van het Hof van Justitie van 19 maart 2019, Jawo, ECLI:EU:C:2019:218, waardoor zij niet kunnen voorzien in de belangrijkste basisbehoeften, zoals onderdak, eten en stromend water. De staatssecretaris heeft vooralsnog niet deugdelijk gemotiveerd dat hij nog van het vermoeden mag uitgaan dat Italië zal voldoen aan zijn internationale verplichtingen. Daarom concludeert de voorzieningenrechter dat de staatssecretaris onder deze omstandigheden niet mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Italië en dat het overdrachtsbesluit dat de staatssecretaris voor de vreemdeling heeft genomen, onrechtmatig is.
3.       De grief slaagt.
4.       Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Het door de vreemdeling tegen het besluit van 7 maart 2023 ingestelde beroep is gegrond. Dat besluit wordt vernietigd. Daarom is het niet nodig voor de vreemdeling een voorlopige voorziening te treffen. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 19 april 2023 in zaak nr. NL23.6929;
III.      verklaart het beroep gegrond;
IV.      vernietigt het besluit van 7 maart 2023, [V-nummer];
V.       wijst het verzoek af;
VI.      veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.511,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Jongeneel, griffier.
w.g. Bijloos
voorzieningenrechter
w.g. Jongeneel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2023
958