ECLI:NL:RVS:2023:1974
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit intrekking verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 6 september 2019 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 30 april 2020 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, welke op 28 maart 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat geen nadere motivering nodig is.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van lid C.C.W. Lange en griffier E.L. Iedema op 16 mei 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.