ECLI:NL:RVS:2023:2028
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J.Th. Drop
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand bij verschillende maatwerkvoorzieningen Wmo 2015
De zaak betreft een hoger beroep van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die oordeelde dat twee aanvragen voor toevoeging gesubsidieerde rechtsbijstand betrekking hadden op verschillende rechtsbelangen. De eerste aanvraag betrof bezwaar tegen het stopzetten van ambulante begeleiding, de tweede aanvraag tegen het verkrijgen van meer uren huishoudelijke hulp, beide op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).
De rechtbank stelde vast dat het doel en het beoogde eindresultaat van de rechtsbijstand in beide procedures verschillen en dat het feitencomplex wezenlijk verschilt. De raad had onvoldoende gemotiveerd waarom deze aanvragen als één rechtsbelang moesten worden beschouwd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat de raad onvoldoende heeft toegelicht waarom het doel en eindresultaat van de rechtsbijstand hetzelfde zouden zijn.
De Afdeling benadrukt dat een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 een individueel afgestemd geheel van maatregelen betreft, waardoor de raad meer maatwerk moet bieden bij het beoordelen van toevoegingsaanvragen. Ook het argument van de raad dat extra uren kunnen worden toegekend bij meerwerk verandert hier niets aan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De raad moet een nieuw besluit op bezwaar nemen, waarbij beroep alleen bij de Afdeling bestuursrechtspraak mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad voor rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.