ECLI:NL:RVS:2023:2048
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid vrees terugkeer Venezuela
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond wegens een motiveringsgebrek en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het motiveringsgebrek eenvoudig te herstellen was, maar het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
In het nieuwe besluit van 18 april 2022 handhaafde de staatssecretaris de afwijzing. De vreemdeling, afkomstig uit Venezuela, stelde dat hij vanwege seksueel misbruik door zijn broers en zijn homoseksuele geaardheid vreest voor vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer. De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een gegronde vrees heeft voor zijn broers of voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Afdeling overwoog dat de dreigingen van de broers lang geleden waren en dat er sindsdien geen contact of concrete aanwijzingen waren dat zij hem willen benadelen. Ook de socio-economische situatie van homoseksuelen in Venezuela werd niet als voldoende gevaarlijk beoordeeld. De algemene veiligheidssituatie in Venezuela biedt geen aanleiding tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid van een gegronde vrees bij terugkeer naar Venezuela.