ECLI:NL:RVS:2023:2053
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 24 november 2022 aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 4 april 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank is overgenomen zonder verdere nadere motivering, omdat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming beantwoord moeten worden.
Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Hiermee is het inreisverbod en de vertrekopdracht definitief gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is ongegrond verklaard en het inreisverbod en vertrekopdracht zijn bevestigd.